Na de bekering van de Saksische keurvorst Augustus de Sterke in 1697 om puur politieke redenen en de inwijding van het Dresdense hoftheater, dat was omgebouwd tot de katholieke hofkerk, moest er een nieuw repertoire gecreëerd en samengesteld worden. Zelenka leek bijzonder geschikt voor deze taak, omdat hij katholiek was, opgeleid door de Praagse Jezuïeten, beïnvloed door de Italiaanse smaak, als componist opgeleid door de oude Dresdense kapelmeester Johann Christoph Schmidt en vooral door zijn verblijf bij de keizerlijke hofkapelmeester en componist Johann Joseph Fux in Wenen van 1716-1719. Het repertoire van de Dresdense hofkerkmuziek bevatte daarom zowel werken van Fux als van zijn Weense tijdgenoten Reinhardt en Caldara.
Naast Zelenka’s kerkwerken in de “oude stijl” werden de meeste missen, psalmen, litanieën etc. gecomponeerd in de “stile misto” van de moderne tijd. Aan de ene kant namen de componisten de moderne verworvenheden van het instrumentale concerto en de opera-aria over met hun ritornellovormen en hun uitgesproken bewegingskarakters en -effecten, maar aan de andere kant behielden ze de oude, beproefde compositietechnieken van de musica sacra: de motetachtige schriftuur en de fuga. Tijdens zijn studies in Wenen van 1716 tot 1719 maakte Zelenka kennis met de kerkmuziek aan het hof van Karel VI en verdiepte hij zijn compositorische vaardigheden bij J.J. Fux; hij maakte kennis met werken uit de oude traditie van Palestrina en anderen en met de “actuele” composities van Fux, Caldara en Reinhardt in verschillende kerkdiensten. Hij kopieerde verschillende partituren, die hij meenam naar Dresden om zijn repertoire uit te breiden. De werken voor de vastentijd en advent werden meestal in de “oude stijl” gezet, terwijl de moderne “stilus mixtus” werd gebruikt in feestmissen en vespers.
Jan Dismas Zelenka (1679-1745), het grootste, muzikaal genie van de Tsjechische barokmuziek, werd pas de laatste 20 jaar herontdekt en heeft sindsdien een ware revival beleefd. Naast grote vormen zoals de mis en psalmtoonzettingen, componeerde hij in zijn hoedanigheid van hofcomponist in Dresden, ook tal van kleinere religieuze werken.
Jan Dismas Zelenka werd geboren in Louňovice pod Blaníkem (Launiowitz), ten Zuidoosten van Praag. In 1710-1711 werd hij contrabassist in de hofkapel van August der Starke. Dit orkest, waaraan Zelenka voor de rest van zijn leven verbonden bleef, groeide uit tot één van de beste orkesten van Europa. Tussen 1716 en 1719 studeerde hij als “Hofscholar” of “Schüler der Hofkapelle”, in Wenen, bij de beroemde Johann Joseph Fux (foto), de hofcomponist van keizer Leopold I en zijn twee opvolgers, de keizers Jozef I en Karel VI. Fux was overigens ook de leraar van Georg Christoph Wagenseil en Gottlieb Muffat, de zoon van Georg Muffat.
Na zijn terugkeer werkte Zelenka als musicus aan het hof van Dresden (foto) onder August der Starke (foto) en zijn zoon Frederick August II, voor wie hij prachtige, religieuze muziek componeerde. In Dresden nam hij vanaf 1719, samen met kapelmeester Johann David Heinichen, de taak op zich om de muziek te componeren voor de nieuw gebouwde hofkerk van August der Starke. Vanaf 1720 groeide Dresden uit tot hét centrum van katholieke kerkmuziek in de Duitstalige landen. Zelenka’s belangrijkste composities uit deze jaren waren zijn 27 “Responsoria pro Hebdomada Sancta” (ZWV 55).
Op het programma staan de Missa Sanctissimae Trinitatis ZWV 17; Missa Votiva ZWV 18; Litaniae Lauretanae ZWV 151 “Consolatrix afflictorum”; Psalm 109 “Dixit Dominus” D-Dur ZWV 68; Sub tuum praesidium g-moll; Benedictus sit Deus Pater D-Dur; Ave Regina coelorum g-moll; en het Magnificat D-Dur ZWV 108. De vocale solisten zijn Monika Frimmer, Elisabeth Graf, Christiane Hampe, Joachim Duske, Joachim Gebhardt, Martina Lins, Kai Wessel, Gotthold Schwarz, Reinhard Dingel-Schulten,
Jan Dismas Zelenka Sacred Choral Works Marburger Bachchor, Capella Piccola, Hessisches Bach-Collegium, Barockorchester Metamorphosis Kölnn cd Hänssler HC24063