Sebastian Smee, “Verscheurd Parijs. Liefde, oorlog en de geboorte van het impressionisme”, een uitgave van Spectrum.

Van de zomer van 1870 tot de lente van 1871 beleefde Parijs een van de meest tumultueuze jaren van zijn bestaan. Met het beleg van Parijs dwongen de Pruisen Frankrijk tot overgave. En toen de revolutionaire republikeinen de Commune van Parijs stichtten, werd die verpletterend neergeslagen door het leger van de Franse Republiek. Tegen de achtergrond van deze onstuimige tijden vol geweld en politieke intriges, ontstond ondanks alles, een nieuwe kunststroming: het impressionisme. Geschiedenis en  kunstgeschiedenis in één bijzonder boek.

Van de zomer van 1870 tot de lente van 1871 werden Parijs en haar inwoners door de Duitsers/Pruisen gedwongen zich over te geven. Rebellerende republikeinen richtten een afgescheiden gemeente op, die uiteindelijk verpletterend werd neergeslagen door het Frans leger na de brand in het centrum van Parijs. Zoals de met de Pulitzerprijs bekroonde kunstcriticus Sebastian Smee laat zien, was het tegen de achtergrond van deze tumultueuze tijd dat de impressionistische beweging werd geboren als reactie op geweld, burgeroorlog en politieke intriges.

Smee vertelt het verhaal van Parijs’ “Verschrikkelijke Jaar” door de ogen van de impressionisten, met een focus op de relatie tussen Edouard Manet, de vader van de beweging, en Berthe Morisot, de meest voorkomende vrouw van de groep. Met een verhalende reikwijdte en levendige details legt hij in zijn boek de veranderende passies en politiek van de kunstwereld uit, en onthult hoe de druk van het Beleg en de chaos van de Commune, een monumentaal effect had op de ontwikkeling van moderne kunst.

In de anderhalve eeuw sinds de eerste impressionistische tentoonstelling in Parijs in april 1874, heeft de beweging het gevoel van radicalisme en visuele innovatie verloren dat met haar geboorte gepaard ging. Zoals Sebastian Smee opmerkt, kon het populair idee van impressionistische kunst wel eens “een geruststellende zonneschijn en plezier” zijn. Toch, zo betoogt hij, zijn de wortels – en, bij uitbreiding, de fundamenten van de moderne kunst – drie jaar eerder te vinden in wat Victor Hugo “l’année terrible” noemde, toen Frankrijk, en Parijs in het bijzonder, oorlog, belegering en opstand doorstonden.

De hoofdpersonen van Smee zijn Berthe Morisot, de enige vrouw die op de eerste impressionistische tentoonstelling exposeerde, en Édouard Manet, die nooit een ‘echte’ impressionist was. Manet sloot zich nl. niet aan bij de “Société anonyme des artistes peintres” of exposeerde niet naast hen, maar was wel hun belangrijkste spirituele vader die de beweging steunde. Morisot, afkomstig uit de hogere middenklasse en worstelend om haar carrière als kunstenaar veilig te stellen, had haar werk reeds meerdere keren tentoongesteld op de Parijse Salon toen ze Manet ontmoette en akkoord ging om te poseren voor ‘Le Balcon’ (1868-1869). Manet had ondertussen zijn reputatie als politieke en artistieke rebel stevig gevestigd, gevangen tussen een behoefte aan erkenning op de Salon en een verlangen om de verstikkende conventies van officieel goedgekeurde kunst af te breken. Ze ontwikkelden een diepe en blijvende vriendschap en, zo suggereert Smee, een romantische gehechtheid, die hun kunst vormgaf en uiteindelijk ook de beweging die bekend werd als impressionisme.

Met de Franse nederlaag bij Sedan in september 1870 en de Pruisische opmars naar Parijs, verspreidden de toekomstige impressionisten zich uit de stad. Manet, Pierre-Auguste Renoir en Edgar Degas, namen dienst in het leger van de Nationale Garde en Claude Monets familie betaalde zijn uittreding uit de militaire dienst en hij bracht het grootste deel van het jaar in ballingschap door in Engeland. In de belegerde hoofdstad bleef Morisot bij haar ouders aan de Rue Benjamin Franklin in het westen van de stad en haar studio werd omgebouwd tot tijdelijke accommodatie voor de Nationale Garde. De Morisots werden van tijd tot tijd bezocht door Manet, die bewaker was op de vestingwerken van de stad. De brieven van Manet en Morisot uit deze periode – de zijne aan zijn vrouw Suzanne, samen zijn moeder en zijn voormalige leerling Eva Gonzalès, de hare aan haar geliefde zus Edma – staan centraal in Smee’s boek.

In een levendige en gedetailleerde vertelling portretteert Smee de veranderende overtuigingen in de kunstwereld en onthult hij hoe de spanningen en chaos die het Beleg en de Commune van Parijs met zich meebrachten, een fundamenteel effect hadden op het ontstaan van de moderne kunst. Zeker lezen! “Paris in Ruins, The Siege, the Commune and the Birth of Impressionism” werd vertaald door Paul Janse.

Sebastian Smee is een in Australië geboren Pulitzer Prize-winnende kunstcriticus voor The Washington Post en de auteur van verschillende boeken over kunstgeschiedenis. Hij studeerde aan St Peter’s College, Adelaide, studeerde in 1994 af aan de University of Sydney met een Honours degree in beeldende kunst en verhuisde in 2008 naar Boston, nadat hij tussen 2001 en 2004 ook in het Verenigd Koninkrijk had gewoond. Voor hij bij The Boston Globe ging werken, was hij nationaal kunstcriticus voor The Australian en werkte hij ook voor The Daily Telegraph en leverde hij bijdragen aan The Guardian, The Times, The Financial Times, The Independent on Sunday, The Art Newspaper, Modern Painters, Prospect magazine en The Spectator.

Hij won de Pulitzerprijs voor kritiek in 2011 voor zijn “levendige en uitbundige schrijfsels over kunst, waarbij hij vaak grote werken tot leven bracht met liefde en waardering”. In 2015, nadat Smee kritiek had geleverd op het protest “Renoir Sucks at Painting” in het Museum of Fine Arts Boston, daagde Max Geller — de leider van de beweging — Smee uit voor een duel op Boston Common. Smee is de auteur van de boeken Side by Side: Picasso v Matisse (2002) en Lucian Freud (2007). In 2016 werd The Art of Rivalry gepubliceerd. Het boek onderzoekt de relaties tussen vier kunstenaarsparen — Matisse en Picasso, de Kooning en Pollock, Freud en Bacon, en Degas en Manet.

Sebastian Smee Verscheurd Parijs Liefde, oorlog en geboorte van het impressionisme 412 blad. geïllustreerd Uitg. Spectrum ISBN 9789000372584